Start Referenties Vleeskippen Bertels-Verbruggen

Modelbedrijf in de vleeskippenhouderij

Ann Bertels en Wim Verbruggen baten in Rumst een vrij groot, mooi onderhouden vleeskippenbedrijf uit. Duurzaamheid is voor hen geen loos begrip. Ze proberen er in hun bedrijfsvoering zo veel mogelijk rekening mee te houden.

Rumst ligt in een ‘groene long’ tussen Antwerpen en Mechelen. Er kan nog worden geboerd. Ann en Wim hebben 3 kinderen: Stef (18), Lars (16) en Merel (13). Anns vader was melkveehouder, Wims vader was aardappel- en melkhandelaar en had ook vleesvee. “We wilden in de landbouw beginnen, maar wisten niet meteen in welke tak”, vertelt Ann, die bestuurslid is van de provinciale vakgroep en de sectorvakgroep Pluimvee en Kleinvee.

“Koeien melken zag ik niet zitten. Een Boerenbondmedewerker raadde ons de braadkippenhouderij aan, een sector met een toekomst. We kochten een stuk grond van mijn vader en bouwden er in 1990 een vleeskippenstal. Een paar maanden later startten we met 20 000 kippen, eind 1992 stonden er al 3 stallen voor 60 000 kippen. In 2009 konden we onze vierde stal bouwen, mits mestverwerking. We hebben nu 85 000 Ross-vleeskippen. Via jaarcontracten werken we samen met 2 voederfabrikanten en 2 broeierijen. Zo houden we ze scherp en kunnen we goede voorwaarden bedingen. Onze kuikens zijn ‘topsporters’ en moeten op korte tijd veel presteren. Het is dus logisch dat we kort op de bal moeten spelen. Maar de verschillen blijven klein. Op vraag van onze afnemers geven we onze kippen plantaardig voeder. Zodra ze volgroeid zijn, worden ze naar diverse Belgische slachterijen vervoerd.”

Mooi uitgeruste stallen

De 4 stallen worden ingestrooid met vlaslemen. “Die zijn goedkoper dan houtkrullen en we ondervinden er geen negatief effect van”, verduidelijkt Wim de keuze. “De voer- en drinklijnen zijn van Roxell. Sinds enkele jaren gebruiken we een Swii’Flo-nippeldrinksysteem. Twee stallen hebben nokventilatie, de derde is een combinatie van nok- en lengteventilatie en de nieuwste stal is uitgerust met lengteventilatie. Verder zijn het vrij traditionele stallen, met gewone CO²-branders. In de toekomst willen we de verwarming nog verder optimaliseren. Ook een warmtewisselaar vinden we interessant, maar het kostenplaatje voor zo’n installatie per stal is voorlopig nog te hoog. Op het dak van de nieuwe stal opteerden we voor zonnepanelen. De opgewekte energie dekt het elektriciteitsverbruik grotendeels en wordt vooral gebruikt voor de ventilatie. Onze 3 oudste stallen zijn uitgerust met tl-lampen, terwijl de nieuwste stal met Agrilight een meer gelijkmatige lichtverspreiding kent. “Uiterlijk dit voorjaar willen we in een oude stal ledverlichting inbouwen. Volgens de fabrikant zou ons elektriciteitsverbruik zo met 75% dalen, vrij spectaculair dus”, argumenteert Wim.

Milieutechnisch ondernemen

Ann en Wim hebben geen afval op hun bedrijf. De pluimveemest wordt geëxporteerd of verwerkt. Na elke ronde mest Wim de stal meteen uit met een bulldozer, waarna de mest verwerkt wordt in Belgische bedrijven of naar Frankrijk geëxporteerd. “Belangrijk is vooral dat we een betrouwbare afnemer hebben die de mest het hele jaar door komt ophalen. Verder wordt al het voeder op het bedrijf opgebruikt en haalt Rendac de dode dieren op. En op onze nieuwste stal staat een schoorsteen die de gebruikte lucht verticaal uitstoot, waardoor die meer verspreid wordt.”

Gezondheid primeert

Een goede hygiëne op het bedrijf is enorm belangrijk voor de eigenaars. “Dat is ook duurzaam ondernemen. Het begint al door de stallen heel grondig te reinigen”, zegt Ann. “Buiten de dierenarts en het personeel van het servicebedrijf, dat een overall en schoeisel van ons bedrijf aantrekt, komt er niemand in onze stallen. We proberen de kuikens gezond te houden door ze in optimale omstandigheden op te vangen: een warme stal met voldoende drinkwater en rust voor de kuikens tijdens de eerste dagen. Daarna dragen een goede verzorging en stalklimaat bij tot het dierenwelzijn. We selecteren ook vrij streng in het begin: kuikens die niet levensvatbaar zijn, halen we eruit. Zo krijgen we na een paar dagen een homogene groep.” Wim knikt: “Als onze kippen het goed hebben, hebben wij het ook goed. Dat vertaalt zich in een goed resultaat.” Ann en Wim hanteren een vrij streng lichtschema. “Zodra de kuikens hier een halve dag zijn, geven we ze 6 uur rust door het licht te doven”, aldus Ann. “Dat doen we tweemaal per dag en vanaf dag 3 doven we het licht zelfs 12 uur in één blok. Na 10 à 14 dagen bouwen we het schema dan geleidelijk af. Een kuiken mag in het begin niet te fel doorgroeien, anders krijgt het te weinig kans om een sterk karkas te vormen. De groeispurt moet pas na 4 weken komen. Verder proberen we natuurlijke producten bij het voeder te geven die het darmstelsel zo gezond mogelijk houden en zo weinig mogelijk antibiotica toe te dienen. Daarnaast houden we onze entschema’s strak aan, zelfs bij een lage ziektedruk. Wellicht is het ook een voordeel dat we het enige pluimveebedrijf in de buurt zijn. We hoeven dus niet meteen een ziekteoverdracht via een ander bedrijf te vrezen.”

Kwaliteit heeft zijn prijs

“We verwachten niet dat de voederprijzen nog spectaculair zullen dalen, ook al omdat er veel in wordt gespeculeerd. We vinden het wraakroepend hoe er in de retail soms gegoocheld wordt met dumpingprijzen voor een stukje kipfilet, terwijl we er wel alles aan doen om dat zo gezond mogelijk op de markt te brengen.

Kwaliteit heeft zijn prijs. Helaas beseft de consument dat nog te weinig.”

Sociaal ondernemen

Een goede communicatie met de buurt vinden Wim en Ann heel belangrijk. “In 1992 hielden we een opendeurdag en toen we onze vergunning voor onze nieuwe stal aanvroegen, hebben we dat gemeld aan onze buren. Gelukkig zijn dat haast allemaal collega-land- en tuinbouwers, die beseffen dat iedereen aan zijn toekomst moet denken. Dankzij mijn engagement binnen Boerenbond blijf ik ook op de hoogte van wat er ‘in de pijplijn zit’ en wat er in de wetgeving verandert. Voorlopig zit een verdere uitbreiding van ons bedrijf er niet in, maar we blijven alert. Op termijn willen we onze oude stallen renoveren. We overwegen ook een zekere risicospreiding door te investeren buiten de sector. De toekomst ligt dus vrij open…”

Bron: Boerenbond – Management & Techniek 2 – 24 januari 2014 – www.boerenbond.be